Actuele openbare vorm · gecontroleerd op 27 augustus 2026
Opbouw van Inburgering Spreken A2
Het huidige openbare oefenexamen voor Spreken A2 bevat 16 vragen binnen 35 minuten. De oefenomgeving noemt vier soorten opdrachten: een vraag met video, een opdracht met één plaatje, een opdracht met twee plaatjes en een opdracht met drie plaatjes. Elke vorm vraagt om een eigen, eenvoudige antwoordaanpak.
De examenopbouw in één overzicht
| Onderdeel | Actuele openbare informatie | Gevolg voor je oefening |
|---|---|---|
| Afname | Op de computer | Oefen luisteren, kijken en antwoorden zonder gesprekspartner. |
| Totale tijd | 35 minuten | Train een hele reeks en niet alleen losse perfecte antwoorden. |
| Openbaar oefenexamen | 16 vragen | Bewaar concentratie tot en met het laatste antwoord. |
| Vraagvormen | Video, één plaatje, twee plaatjes, drie plaatjes | Gebruik per vorm een vast, klein antwoordplan. |
| Officieel oefenen | Drie oefenexamens via Inburgeren.nl | Doe die eerst; voeg daarna zelfgemaakte herhalingstaken toe. |
Vier soorten spreekopdrachten
1. Een vraag met video
Een persoon stelt een korte vraag over het dagelijks leven. Luister naar de precieze handeling die wordt gevraagd. Geef direct antwoord en voeg daarna één reden, tijd, plaats of voorbeeld toe. Bij een zelfgemaakte oefenvraag als “Waar oefent u meestal Nederlands?” kan de structuur zijn: Ik oefen meestal thuis, want daar is het rustig. Na het eten oefen ik twintig minuten. Eenvoudige taal is prima wanneer het antwoord echt bij de vraag past.
2. Een opdracht met één plaatje
Het plaatje geeft een situatie, maar de gesproken instructie bepaalt wat je moet doen. Noem niet alleen voorwerpen. Zeg wie of wat je ziet, beschrijf de belangrijkste handeling en beantwoord ook het tweede deel van de vraag. Gebruik bijvoorbeeld: persoon of plaats → handeling → concreet detail → gevraagde uitleg. Een lange beschrijving blijft onvolledig wanneer je de extra vraag vergeet.
3. Een opdracht met twee plaatjes
Bij twee plaatjes moet je vaak duidelijk kiezen of vergelijken. Noem je keuze meteen en geef één concrete reden. Je hoeft beide afbeeldingen niet even lang te beschrijven. Een bruikbaar begin is: Ik kies het eerste plaatje, want … Dat past beter bij mij omdat … Leer die structuur, maar verander de inhoud bij ieder nieuw onderwerp.
4. Een opdracht met drie plaatjes
Drie plaatjes vragen om volgorde en samenhang. Gebruik alle relevante afbeeldingen en verbind ze met woorden als eerst, daarna en ten slotte. Houd dezelfde persoon en dezelfde tijd aan. Drie korte zinnen die samen één gebeurtenis vormen zijn sterker dan drie losse namen. Ken je één woord niet, omschrijf het en ga verder.
Wat het computerverloop van je vraagt
De officiële oefenomgeving begint met instructies, noemt het huidige onderdeel en toont je voortgang door de zestien vragen. Ook controle van audio en microfoon hoort bij de digitale oefening. Knoppen en schermen kunnen veranderen; oefen daarom gedrag dat in elke versie nuttig blijft:
- Lees en beluister de volledige instructie voordat je antwoordt.
- Zoek naar een tweede opdracht: een reden, tijd, voorkeur of beschrijving.
- Begin met de hoofdboodschap en niet met lange achtergrondinformatie.
- Maak je antwoord af, ook wanneer één woord of werkwoordsvorm niet perfect is.
- Laat een moeilijk antwoord los zodra de volgende vraag begint.
Een veilige oefensessie van vier bij vier
Maak zelf een reeks van zestien originele taken: vier per openbaar vraagtype. Deze “vier bij vier”-sessie sluit aan bij de zichtbare oefenstructuur, maar kopieert geen beschermd examenmateriaal. Gebruik dagelijkse thema’s zoals vervoer, gezondheid, boodschappen, werk, school, afspraken en de buurt.
Ronde 1 · inhoud
Oefen zonder klok en controleer of alle gevraagde handelingen aanwezig zijn.
Ronde 2 · tempo
Gebruik korte voorbereiding, spreek door en begin niet opnieuw.
Ronde 3 · herstel
Luister één keer terug en kies precies één verbetering voor de herhaling.
Leer geen compleet voorbeeldantwoord uit je hoofd. Een ingestudeerde tekst kan vloeiend klinken en toch de verkeerde persoon, afbeelding of deelvraag beantwoorden. Oefen kleine zinsbouwstenen die je kunt aanpassen.
Wat de app wel en niet doet
Dutch Speaking Exam Coach bevat zelfgemaakte spreektaken voor A2, B1 en Staatsexamen NT2. Je neemt een antwoord op en krijgt oefenfeedback over taakuitvoering, woordgebruik, grammatica, vloeiendheid en verstaanbaarheid. Dat is geen officiële DUO-score, geen voorspelling van slagen en geen vervanging voor de officiële oefenexamens. De app is bedoeld voor herhaling: kies één zwak punt, neem opnieuw op en vergelijk de twee pogingen.
- Ik heb de actuele officiële oefenexamens op een desktop geopend.
- Ik herken de vier vraagvormen voordat ik begin te spreken.
- Ik beantwoord ook het tweede deel van de instructie.
- Ik verbind drie plaatjes met eenvoudige volgordewoorden.
- Ik kan zestien antwoorden achter elkaar oefenen zonder opnieuw te starten.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt Inburgering Spreken A2?
De actuele officiële pagina en openbare oefenomgeving noemen 35 minuten. Controleer Inburgeren.nl opnieuw vlak voor je examen.
Hoeveel vragen toont het huidige oefenexamen?
De openbare officiële oefenomgeving toont 16 vragen en vier soorten opdrachten.
Moet ik zestien antwoorden uit mijn hoofd leren?
Nee. Leer korte antwoordstructuren. De persoon, afbeelding, keuze en gevraagde details veranderen.
Hoe worden mijn antwoorden beoordeeld?
Lees verder in de bronvaste uitleg van de A2-beoordeling met zelfcontrole.
Oefen de opbouw met originele opnames
Probeer één gratis les met drie vragen en drie oefenscores. Gebruik de officiële mocks voor de echte vorm en de app voor gerichte herhaling ertussenin.
Open Dutch Speaking Exam Coach