Gratis oefengids · 8 originele taken · gecontroleerd 27 augustus 2026
Inburgering Spreken A2 oefenen
Bij Spreken A2 moet je een dagelijkse boodschap begrijpelijk en passend overbrengen. Het huidige examen duurt 35 minuten en wordt op de computer gedaan. Met de acht originele taken op deze pagina oefen je alle vier openbare vraagvormen zonder echte examenvragen te kopiëren.
DUO legt op de officiële pagina over taalexamens uit dat Spreken A2 op de computer wordt afgenomen, dat je filmpjes bekijkt en vragen beantwoordt en dat het examen 35 minuten duurt. Open daarna de drie actuele officiële oefenexamens op Inburgeren.nl. De officiële pagina waarschuwt dat het oefenexamen Spreken niet in Safari werkt; gebruik daarom bij voorkeur een desktopbrowser die daar wel wordt ondersteund.
Gratis PDF met tien extra A2-opdrachten
Download het gratis printbare oefenpakket met 30 spreektaken. Het eerste deel bevat tien extra opdrachten voor Inburgering Spreken A2; daarna volgen B1 en Staatsexamen NT2, antwoordstructuren, drie voorbeeldantwoorden en een zelfcontrole. Het pakket is onafhankelijk oefenmateriaal en geen officieel examen.
Wat je vóór het oefenen moet weten
De huidige openbare oefenomgeving toont 16 vragen en vier soorten opdrachten: een vraag met video, een opdracht met één plaatje, een opdracht met twee plaatjes en een opdracht met drie plaatjes. Die zichtbare oefenvorm kan later worden aangepast. Controleer Inburgeren.nl daarom opnieuw vlak voor je examendatum.
| Vraagvorm | Wat je moet laten horen | Kleine antwoordkapstok |
|---|---|---|
| Video | Een direct antwoord op de gesproken vraag, plus het gevraagde detail. | Antwoord → reden, tijd of plaats |
| Één plaatje | De belangrijkste persoon, handeling of situatie en het tweede deel van de opdracht. | Wie/waar → wat gebeurt → uitleg |
| Twee plaatjes | Een duidelijke keuze of vergelijking met een concrete reden. | Ik kies … → want … |
| Drie plaatjes | Een samenhangende gebeurtenis in de juiste volgorde. | Eerst → daarna → ten slotte |
Een goed A2-antwoord hoeft niet lang of ingewikkeld te zijn. Beantwoord eerst ieder gevraagd onderdeel. Voeg pas daarna een reden of detail toe. Maak je boodschap af wanneer één woord niet perfect is; een korte omschrijving is beter dan lang stilvallen.
Een antwoordmodel dat je kunt aanpassen
- Begin direct. Zeg wat je kiest, ziet, wilt of gaat doen.
- Maak de opdracht compleet. Zoek naar een tweede handeling, bijvoorbeeld uitleggen waarom, wanneer of met wie.
- Voeg één concreet detail toe. Noem een persoon, plaats, tijd, voorwerp of reden.
- Sluit logisch af. Rond je verzoek, keuze of gebeurtenissenreeks duidelijk af.
Leer deze volgorde, maar leer geen compleet voorbeeld uit je hoofd. Verander bij iedere herhaling minstens twee gegevens. Zo voorkom je dat een vloeiend script toch de verkeerde vraag beantwoordt.
Taken 1–2: videovragen
Stel je voor dat de genoemde persoon je rechtstreeks aanspreekt. Antwoord hardop in het Nederlands en kijk pas daarna naar het model.
- Boodschappen. Een buurvrouw vraagt: Waar doet u meestal boodschappen? Vertel ook waarom u daarheen gaat.
- Nederlands oefenen. Een docent vraagt: Wanneer oefent u Nederlands en met wie spreekt u dan?
Antwoordmodel bij taak 1
De eerste zin beantwoordt waar. De tweede zin geeft de gevraagde reden. Het tijdstip is een nuttig extra detail, maar niet belangrijker dan de hoofdopdracht.
Taken 3–4: één plaatje
De beschrijving hieronder vervangt alleen voor deze teksttraining het beeld. In het officiële oefenexamen kijk je naar het plaatje op het scherm en volg je de gesproken instructie.
- Bij de huisarts. Op het plaatje zit een vrouw met een zakdoek in een wachtkamer. Vertel wat je ziet en waarom ze daar waarschijnlijk is.
- Een lekke band. Op het plaatje staat een man naast een fiets met een lekke achterband. Beschrijf het probleem en zeg wat hij nu kan doen.
Antwoordmodel bij taak 4
Het model noemt eerst wat zichtbaar is en voegt daarna gevolg en oplossing toe. Je hoeft niet elk klein voorwerp op het plaatje te benoemen.
Taken 5–6: twee plaatjes
Maak je keuze meteen duidelijk. Vergelijk daarna één verschil dat echt bij je reden past. Alleen beide afbeeldingen beschrijven is niet genoeg wanneer de opdracht om een voorkeur vraagt.
- Naar het werk. Plaatje A toont een bus in de file; plaatje B toont een fietspad. Kies hoe jij naar het werk zou gaan en leg uit waarom.
- Nederlands studeren. Plaatje A toont een tafel thuis; plaatje B toont een rustige bibliotheek. Kies waar jij liever studeert en geef een reden.
Antwoordmodel bij taak 6
Liever maakt de keuze duidelijk. De volgende twee zinnen geven redenen die rechtstreeks bij de gekozen plaats passen.
Taken 7–8: drie plaatjes
Maak van de drie scènes één verhaal. Houd dezelfde persoon en tijd aan. Gebruik één korte zin per afbeelding voordat je extra uitleg toevoegt.
- De bus gemist. Eerst verlaat Amir te laat zijn huis. Daarna ziet hij de bus wegrijden. Ten slotte belt hij zijn leidinggevende. Vertel wat er gebeurt.
- Een ziek kind. Eerst wordt Sara wakker met koorts. Daarna belt haar vader de school. Ten slotte blijft Sara in bed. Vertel het verhaal in de juiste volgorde.
Antwoordmodel bij taak 7
De volgordewoorden maken de samenhang hoorbaar. De laatste bijzin legt uit waarom Amir belt en rondt de gebeurtenis af.
Controleer je opname met de openbare criteria
Het openbare Beoordelingsmodel Spreken A2 van DUO noemt zes gebieden: adequaatheid en begrijpelijkheid, woordgebruik, grammatica, vloeiendheid, coherentie en uitspraak. Gebruik die gebieden als diagnose, niet als zelfgemaakte slaagformule.
- Adequaatheid: heb ik elk gevraagd onderdeel uitgevoerd?
- Woordgebruik: gebruik ik passende eigen woorden in plaats van alleen woorden uit de vraag?
- Grammatica: is duidelijk wie wat doet en wanneer?
- Vloeiendheid: kan ik mijn boodschap afmaken zonder steeds opnieuw te beginnen?
- Coherentie: staan mijn zinnen in een logische volgorde?
- Uitspraak: zijn de belangrijkste woorden begrijpelijk voor een luisteraar?
Een thuisscore of appscore is geen officiële DUO-score en kan je uitslag niet voorspellen. Lees de punten en de grens van zo’n zelfcontrole uitgebreider in de bronvaste gids over de beoordeling van Spreken A2.
Een oefenroutine van 24 minuten
- Kies één taak uit iedere vraagvorm en noteer per taak maximaal drie kernwoorden.
- Neem vier eerste antwoorden op zonder tussendoor opnieuw te beginnen.
- Luister terug en controleer eerst alleen of de opdracht compleet is.
- Kies daarna per opname precies één verbeterpunt uit de zes criteria.
- Neem dezelfde vier taken opnieuw op en vergelijk poging één met poging twee.
Doe eenmaal per week een langere reeks om concentratie te trainen. Gebruik daarvoor de 20 originele Nederlandse A2-voorbeeldvragen. Controleer de werkelijke schermen en flow altijd in het officiële oefenexamen; de actuele gids over de examenopbouw vat de zichtbare 16-vragenstructuur apart samen.
Vier fouten die oefenen minder effectief maken
Alleen het onderwerp benoemen
“Ik zie een fiets” kan grammaticaal goed zijn maar nog steeds niet het verzoek om probleem en oplossing beantwoorden. Zoek altijd naar alle werkwoorden in de instructie.
Een perfect lange zin willen maken
Verdeel je boodschap over twee of drie korte zinnen. Dat beschermt woordvolgorde en uitspraak en maakt herstellen eenvoudiger.
Het voorbeeld letterlijk onthouden
Een model toont structuur. Verander persoon, plaats, tijd en reden. Anders train je herinneren in plaats van reageren.
Na één opname doorgaan
Feedback helpt alleen wanneer je hetzelfde antwoord nogmaals uitvoert. Herhaal direct met één zichtbaar doel en luister of dat punt werkelijk beter werd.
Waar de app in je voorbereiding past
Dutch Speaking Exam Coach bevat zelfgemaakte spreektaken voor Inburgering A2/B1 en Staatsexamen NT2. Je neemt een antwoord op en krijgt onafhankelijke oefenfeedback over taakuitvoering, woordgebruik, grammatica, vloeiendheid en verstaanbaarheid. De app is niet verbonden aan DUO of Inburgeren.nl, bevat geen echte examenvragen en geeft geen officiële uitslag. Eén les met drie vragen en drie beoordelingen is gratis, zodat je de volledige cyclus opnemen–controleren–herhalen eerst kunt proberen.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt Spreken A2?
De actuele officiële taalexamenpagina noemt 35 minuten en afname op de computer.
Welke vraagvormen moet ik oefenen?
De huidige openbare oefenomgeving toont video, één plaatje, twee plaatjes en drie plaatjes. Controleer de officiële mocks opnieuw vlak voor je examen.
Zijn deze acht vragen officieel?
Nee. Ze zijn onafhankelijk geschreven aanvullend oefenmateriaal. Inburgeren.nl blijft de bron voor officiële oefenexamens.
Hoeveel zinnen moet ik zeggen?
Er is geen nuttig vast aantal. Geef de hoofdboodschap, voer ieder gevraagd onderdeel uit en voeg alleen details toe die het antwoord begrijpelijker maken.
Neem een antwoord op, verbeter één punt en herhaal
Probeer één gratis les met drie originele vragen en drie onafhankelijke oefenbeoordelingen. Gebruik de officiële mocks voor de echte examenervaring.
Start gratis op iPhone